Voetgangerscongres

Van der Weele heeft de taal die transities mogelijk maakt

Van der Weele heeft de taal die transities mogelijk maakt

Taalstrateeg Jens van der Weele is de keynote speaker op het Nationaal Voetgangerscongres op donderdag 1 oktober. Hij zal daarin vertellen over het belang van taal bij veranderingen, bijvoorbeeld wanneer men niet meer de auto maar de voetganger meer centraal wil plaatsen. "Als je een transitie wil versnellen, moet je de taal veranderen."

Taal is helemaal niet zo neutraal als wij vaak denken. Dat is in wezen de kern van het werk van Jens van der Weele. "Ik laat als taalstrateeg zien dat de taal die we gebruiken ons denken heel erg stuurt. Taal stuurt hoe we naar de wereld kijken en wat we normaal of logisch vinden. Het is mijn missie te laten zien hoe taal stuurt hoe mensen denken en daarmee welke beslissingen we nemen."

Zelfs een woord als ‘doorstroming’ is veel minder neutraal dan het lijkt. Het is de metafoor van het menselijk lichaam, waarbij wegen ‘verkeers-aders’ zijn. Raken die verstopt dan krijg je een verkeers-infarct. En dan leg je (net als bij je hart) een bypass aan.

Dat stuurt je denken. De continue doorstroming is dan van levensbelang. "De belangrijkste focus in de mobiliteitssector is dan ook op verplaatsingen. Straten worden gezien als leidingen waardoor je zo snel en efficiënt mogelijk van A naar B moet gaan."

Metafoor

"Maar dat is ook een metafoor die veel weglaat. Daardoor blijven een boel redenen waarom mensen wandelen of buiten zijn buiten beeld. Straten zijn namelijk ook plekken om te leven, om elkaar te ontmoeten of om te spelen. Het laat de voordelen van een voetgangersbeleid weg."

"Er zijn woorden die daar een alternatief voor geven. Eentje die ik af en toe op zie poppen is leefstraat. Het maakt andere aspecten dan zo snel mogelijk van A naar B verplaatsen aantrekkelijker. In een leefstraat kan je om je heen kijken, heb je aandacht voor elkaar en spontane ontmoetingen." Straten zijn dan niet alleen plekken om vandaan te vertrekken (voor optimale doorstroming), maar ook plekken om te zijn.

LANGE ADEM

Natuurlijk is een transitie niet voltooid wanneer er een ander woord is bedacht voor bijvoorbeeld een straat. Evenmin zijn transities snel voltooid. Het duurt gauw 30 tot 40 jaar voordat een wereldbeeld, een zogenoemd paradigma, is veranderd. "We vinden iets heel normaal totdat het wordt bevraagd, betwijfeld en uitgedaagd en mensen met andere woorden komen."

Hoe ziet zo'n proces van verandering er dan uit? Van der Weele: "Het begint met een bestaand systeem kritiek maken. Aan het wankelen brengen. Dat begint vaak met een groep outsiders die anders naar een situatie kijken en laten zien hoe vervelend of absurd dat eigenlijk is."

"Maar dan moet je er ook iets tegenover zetten, een alternatief. Er moet dus een andere manier van praten, van denken en een andere manier van kijken zijn. Hoe wil je bijvoorbeeld dat straten eruit gaan zien? Wat is daar fijn aan? Wat levert voetgangersbeleid concreet op?" Het gaat erom je eigen denkraam te kiezen. Want als je in het frame van ‘snelle doorstroming is optimaal’ blijft , wint de voetganger nooit van de auto of de fiets.

Transitietaal

Het valt Van der Weele op dat de daarvoor gekozen woorden vaak benadrukken wat er na een verandering niet meer is. "We hebben het dan over een autoluwe straat, maar eigenlijk wil je vertellen wat het wél is: een leefstraat. Dus zou je ook niet moeten spreken over een zero-emissiezone maar een schone-luchtzone."

Transitietaal kan niet zonder transitiebeleid. "Het is een wisselwerking van die twee", zegt Van der Weele. Juist daarom wil hij op het Nationaal Voetgangerscongres het belang van taal benadrukken.

"De ideeën die bij professionals – juist ook op congressen als deze – rondgaan, zijn heel bepalend voor hoe beleid gevormd wordt. Die ideeën wisselen we met elkaar uit via taal. En zonder dat we het doorhebben, wordt zo onze aandacht heel erg gestuurd. Dat is de crux voor het Nationaal Voetgangerscongres."

permalink

Naar het overzicht

Terug naar boven