Terugblik 2026
Het bruiste van de energie tijdens het Nationaal Voetgangerscongres in de Kazerne in Eindhoven! Er waren 160 enthousiaste deelnemers, veelal trouwe bezoekers die al jaren komen en sommigen vanaf de allereerste editie. Maar ook een grote groep nieuwelingen, zo bleek uit de rondvraag van dagvoorzitter Jacqueline Kerkhof bij de opening. De sfeer bij de deelnemers zat er al vóór de officiële aftrap goed in. Wie namelijk met de trein naar Eindhoven kwam, werd in de stationshal opgewacht door drie medewerkers van Arcadis. Zij hadden voor de deelnemers een route naar de congreslocatie uitgestippeld. Onderweg kreeg je vijf vragen over hoe de ruimte in te richten.
"Eindhoven was 15 tot 20 jaar geleden een door de auto gedomineerde stad", zegt Birgit Cannegieter, coördinator Voetgangersaanpak bij de gemeente Utrecht, als ze bij de Kazerne aankomt. "Dan vind ik het fantastisch hoe met tijdelijke maatregelen als de verf op de grond bij het station tot complete herinrichtingen dat is omgedraaid. De vragen onderweg zetten je dan meteen aan het denken. Dat hebben ze op een goede manier weten te stimuleren."
Het congres scoort gemiddeld een 8,2!
Cijfers uit enquête die achteraf verstuurd is naar bezoekers, partners en sprekers.
“Een mooi moment om gelijkgestemde collega's te vinden die allemaal het beste beentje voor willen zetten!”Deelnemer 2026

Opening door wethouder Robert Strijk
Wethouder Robert Strijk opent samen met dagvoorzitter Jacqueline Kerkhof het congres. Auto's zijn gewoon veel te duur, zegt Robert in het openingsgesprek. "Een parkeerplaats kost 50.000 euro. Daar staat dan een auto stil die alleen maar ruimte inneemt." Bovendien groeit de stad hard. Alleen rondom het station staan al duizenden extra woningen gepland. "We zetten in onze stad dus in op openbaar vervoer, fietsen en wandelen. Daar geeft soms wel conflicten, dus ik ben benieuwd hoe andere steden die oplossen."
De wethouder stipt nog even het belang van wandelen aan als hij kort ingaat op de gewenste uitbreiding van het Philips Stadion, daar waar PSV zijn wedstrijden speelt. Daar moeten over enkele jaren 55.000 toeschouwers in passen. "Dan moet dus een vijfde van de stad binnen een uurtje naar het stadion kunnen. Dat vind ik zo mooi. Twee, drie uur voor de wedstrijd zie je supporters nog even de kroeg in gaan, hun vrienden ontmoeten. En dan lopen ze naar het stadion."
“De locatie maakte door de opzet veel interactie mogelijk tussen de deelnemers. Dit maakte de editie 2026 voor mij een van de beste edities.”Spreker 2026
Keynote
taal voor verandering
Wethouder Robert Strijk maakt daarna plaats voor keynotespeaker Jens van der Weele. Hij is taalstrateeg en weet dus precies hoe je taal inzet om verandering in gang te zetten. Dat leidt namelijk nogal vaak tot verschillende kampen, bijvoorbeeld de voetgangers tegen de automobilisten.
"Die partijen staan dan tegenover elkaar en maken elkaar groot. Het frame van voetgangers tegen de auto kan heel goed werken voor je eigen achterban. En vaak moeten mensen dan kleur bekennen: ben jij een van de twee?", legt Van der Weele uit. "Maar de crux is op zoek te gaan naar gedeelde identiteit."
Woorden als autoluwe straat zijn daarom niet zo goed gekozen. "Dat bevestigt alleen maar dat het daar om gaat: de auto moet weg. We kunnen het kantelen door op zoek te gaan naar een voordeel en dát te verpakken in een woord. Het gaat er namelijk niet om dat de auto weggaat. Het gaat erom dat we weer echt kunnen leven. Beter is dus 'leefstraat', daar waar je een wijntje kunt drinken met je buren en de kinderen buitenspelen. In Parijs heb je rue de jardins, tuinstraten. Dat klinkt al direct als een verlengstuk van je eigen tuin of balkon. Kortom; focus niet op wat er weg moet, maar op wat we ermee winnen."

“Het was een hele goede editie! Er is echt veel gaande in voetgangersland en er zijn steeds meer partijen actief. Echt fijn om te zien.”Deelnemer 2026
Presentaties en workshops
Daarna is het lastig kiezen uit de verschillende workshops die gedurende de ochtend plaatsvinden. Bijvoorbeeld over hoe het loopbeleid op een industrieterrein verbeterd kan worden, want ook dat mag een prettige omgeving om te lopen zijn. Of over hoe een voetgangersvriendelijk fietsbeleid te spreken. In elke workshop steek je wat op, ook in de interactie met de andere aanwezigen. Zo laten Mireille Peters van NTM en Mernout Burger van NDW zien hoe een platform met (voetgangers)data gemeenten kan helpen. De meest opvallende bijdrage komt dan uit de zaal. De deelnemer adviseert niet de ouders te vragen hoe hun kinderen naar school gaan. "Pas als je het de kinderen zelf vraagt, krijg je een goed beeld."
Heel interactief ook is de daarop volgende workshop die draait om richtlijnen en realiteit. Wie krijgt de ruimte? Gegeven door Eline Wiersma en Joost Verhoeven van Goudappel. Zij leggen uit hoe richtlijnen de breedte van de voetpaden in verschillende situaties voorschrijven. Maar is dat overal wel nodig? "Die breedte is leuk voor in de stad, maar in kleinere kernen ben je met ongeveer 1,80 breedte al goed bezig." Of als de mogelijkheden van de inrichting van een straat besproken worden, zien andere aanwezigen de keerzijde van plannen voor brede voetpaden. "Dan zal men al gauw de auto daarop parkeren." De discussie die volgt geeft precies aan waar richtlijnen en de realiteit soms schuren.

Voors en tegens zijn er ook tijdens de presentatie van Houkje Hibma van de gemeente Amersfoort en Eline Augustijn van Arcadis. Zij onderzochten hoe Amersfoort de Bunschoterstraat, een 80 km/u-weg, kunnen transformeren naar een aantrekkelijke verbinding voor voetgangers. Een behoeftenpiramide, vergelijkbaar met die van Maslov, geeft dan uitkomst. Het fundament is de vraag of er gelopen kan worden. Daarboven komt toegankelijkheid: kan iedereen hier lopen? Daarboven zit veiligheid, enzovoort. Een dilemma dat daarbij ter sprake kwam was de keuze voor de oversteek. Wat is daarbij het meest vriendelijk voor voetgangers, verkeerslichten of een brug? "Qua toegankelijkheid is onze conclusie dat een gelijkvloerse oversteek de beste optie is", zegt Hibma. "Dat zal misschien een aantal van jullie verbazen, maar trappen zijn natuurlijk niet inclusief en toegankelijk. En een hellingbaan, zeker met deze hoogte, is dat ook niet." Hoe Fellenoord, het fietspad nabij Eindhoven Centraal dat onder de wegen ligt, zal worden ingericht, is ook een punt van discussie.
Sjoerd Kelfkens heeft bij zijn afstudeerstage bij Goudappel gezocht naar de beste inrichting. En soms is juist het laten bestaan van, nou ja, chaos de beste keuze. Zoals achter Amsterdam CS waar de reiziger die een van de pontjes wil pakken, eerst een druk fietspad moet oversteken. "Je ziet inderdaad dat er soms bijna misgaat. Maar je ziet ook dat fietsers en voetgangers genoeg communiceren. Dus in dat geval werkt het.". Na nog twee rondes presentaties, of een walkshop door Eindhoven voor wie liever de praktijk wil ervaren, verzamelden de bezoekers zich weer in de plenaire zaal voor een afsluitend panelgesprek.

Panelgesprek
De boodschap van de drie sprekers sloot goed aan op wat die dag in de vele workshops en presentaties voorbij kwam. Om tot een goed resultaat te komen, moet je samenwerken, moet je verschillende scenario's overwegen. "Je hoeft niet alles helemaal 100 procent zeker te weten", zegt Stijn Altena, beleidsadviseur mobiliteit in Nijmegen. "Betrek daar de juiste mensen bij en zorg dat je ze niet overvalt met: je moet dit of je moet dat. Blijf samenwerken en zoeken naar de gemeenschappelijke wensen en ambities."
En als het eens wat tegenzit? "Mijn motto is eigenlijk al die jaren geweest: hoe kan het wel?", zegt Annemieke Molster, senior stedenbouwkundige bij de gemeente Arnhem. "Uiteindelijk kom je er dan met elkaar wel uit als je de ander begrijpt en je met elkaar een manier vindt om wat te experimenteren."

“Er zit elk jaar een stijgende lijn in. Dus dat belooft wat voor het komende jubileumjaar, wanneer het voetgangerscongres voor de 10e keer wordt georganiseerd.”Deelnemer 2026
“Een nuttige dag én een feestje!”Wilma Slinger
